Karpatenklokje - Campanula carpatica (Klokjesfamilie - Campanulaceae) --- Pagina bij www.drachtplanten.nl

Plant en bloem

Geveltuin Meer foto's zomer 2012
Overblijvende (vaste) plant. Bloei in juni-september.
Kenmerken: bloem blauw, minder vaak wit, wijd klokvormig en langgesteeld, bloeiwijze alleenstaand; 0,15-0,4 m hoog.
Milieu: vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; mag in de winter niet nat staan; zonnig-lichte schaduw; groeit in nauwe naden van verhardingen.
Herkomst en Verspreiding in Nederland: oorspronkelijk uit de Karpaten en Oost-Europa; geregeld op zeer kleine schaal verwilderd, en enkele jaren standhoudend.
Fauna: solitaire bijen, hommels, honingbijen.
Toepassing: tuinen, tegel- en geveltuinen; zaait zich uit.
Beheer: als vaste plant beheren.
Wilde solitaire bijen: grote klokjesbij (onder meer Chelostoma rapunculi); behangersbijen (onder meer Megachile willughbiella). Meer info: www.zoekkaartwildebijen.nl
Dracht: nectar en witachtig stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.
 

 

Plant en bloem (Bron: plaat Curtis, William The Botanical Magazine, Vol. 4; voorlopige foto Dave Parker)

Terug naar top

 

 
Geveltuin Terug naar top