|
| Habitus: middelgrote (10-12 mm), sterk donkerbruin behaarde bijen ( de kleur verbleekt bij het ouder worden van de bij); de huid met duidelijk groenachtige metaalglans. |
| Vrouwtje: buikschuier geelachtig; beharing gezicht zwart, borststuk en de 3 voorste achterlijfssegmenten lichtbruin; einde achterlijf zwart. Op voorkant van de kop, bij de onderkant van de ogen 2 min of meer afgestompte hoorns. |
| Mannetje: hoorns ontbreken, beharing gezicht ligt geel en relatief lange voelsprieten; tergiet 6 en 7 zijn in het midden niet ingesneden; onderscheidt zich van de gehoornde metselbij door de bruine beharing op het borststuk; is bij de gehoornde metselbij zwart. |
| Vliegperiode: eind maart-eind mei/begin juni |
| Nesten: In allerlei holle ruimtes met een nestingang tussen 5-10 mm onder natuurlijke omstandigheden meestal oude kevergangen in doodhout. Daarnaast wordt vooral in de woon- en leefomgeving van mensen van en reeks van alternatief nestgelegenheid gebruik gemaakt: bundels bamboestokjes, rietdaken en rietbundels; houtblokken met voorgeboorde gaten, gaten van schroeven en pluggen, kunststofbuisjes -in- nestkastje, bijenhotels etc. |
| Bloembezoek: vlieg op bijna alle drachtplanten die tijdens de vliegperiode in bloei staan, onder meer op: aalbes, blauwe, daslook, blauwe druifjes, herik, judaspenning. hondsroos, knol boterbloem, koolzaad, kruipende boterbloem, peer, vergeet-mij-nietje, slangenkruid, spaanse aak, scherpe boterbloem, speenkruid, bessen (ribes). |
| Voorkomen in Nederland: vooral in de woonomgeving algemeen. |
| Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: . Er worden tal van bijzondere nestplaatsen vermeld waarvan sleutelgaten, een dwarsfluit, een lucifersdoosje en een afgezaagde koeiehoorn het opmerkelijkst zijn (Bouwman 1922). De rosse metselbij is een echte cultuurvolger. Het is een uitgesproken polylectische soort. Broedparasieten zijn de knotswespen Sapygaquinquepunctata en S. clavicornis en de goudwesp Chrysis ignita. De nesten worden ook vaak belaagd door het fruitvliegje Cacoxenus indagator. In Nederland komt alleen de ondersoort Osmia rufacomigera (Rossi, 1790) voor, gekenmerkt door een zwarte beharing op de laatste tergieten. Eén mannetje met roodachtig behaard achterlijf zoals in de nominaatvorm Osmia rufa rufa, werd gevangen bij Baarn op 17 mei 1942.(Bron onderstaande link nederlandsesoorten) |
|
| |
|
| Rosse metselbij parend (overgenmen van Wikipedia: auteur André Karwath aka-- Aka) |
Terug naar top |
 |
| |
|
| |
|
Bijenmuur Botantische Tuin Utrecht - volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Fragment Bijenmuur Botantische Tuin Utrecht - volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
Rosse metselbijen parend bij nest - volgende foto |
Terug naar top |
| |
| |
 |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| Rosse metselbijen parend bij nest - volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Rosse metselbijen parend op een steen- volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Rosse metselbijen parend op een steen vooraanzicht - volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Rosse metselbijen parend op een steen vooraanzicht |
Terug naar top |
 |
| |
| |
|
| Rosse metselbij bij houtblok |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Kunststof buisje met nest rosse metselbij |
Terug naar top |
 |
| |
| |