Kruisdistel en kansrijke gebieden voor wilde bijen Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!
Kruisdistel komt verspreid over het land voor, maar het zwaarte punt van de verspreiding ligt in het rivieren gebied en in Zuidwest Nederland.
Er zijn geen wilde bijen die van kruisdistel afhankelijke zijn, maar waar kruisdistel groeit kunnen in principe ook andere drachtplanten groeien die min of meer karakteristiek zijn voor het rivieren gebied. Vaak ontbreken deze planten en dat wordt dan weerspiegeld in het voorkomen van wilde bijen.
De plantensoorten waar het onder meer omgaat zijn: sikkelklaver, kattendoorn, gewone rolklaver, ruige weegbree, kleine leeuwentand, wilde marjolein, muizenoor, kleine bevernel, grote tijm, rapunzelklokje, beemdkroon; verder nog tientallen algemene drachtplanten.

Voor zover vegetaties waar deze planten kunnen groeien niet zijn verdwenen door intensieve landbouw, houden kruisdistel en kattendoorn redelijk stand. Vooral in de buurt van nestgelegenheid zoals, open zandige bodem, open plekken op dijken (veepaadjes), oude gebouwen, doodhout, open plaveisel, oude braamstruiken etc. wijzen deze begrazingbestendige planten op kansrijke milieus voor wilde bijen.

Door extensief maaibeheer, begrazing of beweiding of een combinatie van maaien en beweiden kunnen deze kansrijke plekken zich ontwikkelen.
Verspreidingskaart Echter kruisdistel: http://tinyurl.com/3gbtznn
Lees verder
 

 

   
-- Terug naar top
De voornaamste wilde bijen die binnen het aandachtsgebied op kruisdistel en samengroeiende soorten kunnen worden verwacht:
Het samen voorkomen is niet alleen bedoeld in de vegetatiekundige zin maar kan ook betrekking op een beperkt gedeelte van een terrein waar de genoemde wilde bijensoorten vliegen. De plantensoorten hoeven niet altijd in een formeel (syntaxionomische) erkende plantengemeenschap voor te komen.
Beemdkroon: zandbijen knautiabij (Andrena hattorfiana # voornamelijk in Limbrug); groefbijen o.m. Halictus scabiosae (alleen in Zuid-Limburg.
Gewone rolklaver: wolbijen (Anthidium manicatum, A. punctatum); behangersbijen (Megachile ericetorum #, M. willughbiella, M. versicolor, M.centuncularis), metselbijen (Osmia caerulescens, ), zandbijen o.m.: grasbij (Andrena flavipes).
Grote tijm: behangersbijen (Megachile); klokjesdikpoot (mannetjes Melitta haemorrhoidalis); wespbijen (Nomada).
Kattendoorn: behangersbijen (Megachile ericetorum, M. centucularis, M. maritima, M. willughbiella) en metselbijen (Osmia aurulenta), wolbijen (Anthidium manicatum, A. punctatum).
Muizenoor: zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), roetbijen (Panurgus banksianus , P. calcaratus).
Kleine leeuwentand: roetbijen (Panurgus), tronkenbij (Heriades truncorum), groefbijen (Lasioglossum), zandbijen (Andrena), pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes).
Sikkelklaver: voornamelijk in Limburg onder meer klaverdikpootbij (Melitta leporina), gouden metselbij (Osmia aurulenta).
rapunzelklokje: klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis) en klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium); behangersbijen (Megachile centuncularis), groefbijen (Lasioglossum morio) en zandbijen (Andrena bicolor).
Ruige leeuwentand: roetbijen (Panurgus), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), zandbijen (Andrena)
Ruige weegbree: groefbijen (Lasioglossum), metselbijen (Megachile versicolor).
Wilde marjolein: - in hoofdzaak voor nectar -metselbijen (osmia), zandbijen (Andrena), kegelbij (Coelioxys), wespbijen (Nomada), bloedbijen (Specodes).
Voor verspreiding zie afzondere soorten zie: Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen ( het opladen kan tot ca. 1 min duren)
Opmerking  
 
Algemene opmerking Terug naar top
De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. De koekoeksbijen (parasitaire bijen) die samen leven met de bovengenoemde bijen soorten worden op deze pagina niet genoemd. Per terrein kan dat onder gunstige omstandigheden oplopen tot een tiental soorten of meer. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid.