| Klein streepzaad en kansrijke gebieden voor wilde bijen |
Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! |
|
 |
Klein streepzaad is een algemene plant die op niet te zware minerale open bodems zichzelf in stand houdt. In grasland met niet te sterk gesloten zode lukt dal al. |
| Als klein streepzaad in de buurt van nestgelegenheid staat, wordt hij als snel door wilde bijen bezocht. Een weiland of hooiland waar klein streepzaad talrijk voorkomt, kan na een aantal jaren massaal door pluimvoetbij worden bezocht, dit geldt ook voor roetbijen. Op Texel wordt deze plant frequent door de zeldzame texelse zandbij (Andrena fulvago) bezocht. Op veel plekken houdt klein streepzaad goed stand, maar het is verstandig op een vinger aan de pols te houden. |
| Klein streepzaad komt veel voor, maar niet op alle plekken wordt hij door wilde bijen bezocht. "Duurzame" aanwezigheid van deze plant is het meest kansrijk op terreinen die door begrazing, gebruik of beschadiging van de bodem jaar op jaar worden opengehouden. Dit is onder meer het geval op en rond de hoge berg van Texel, vooral op en nabij de tuunwallen. Op Texel lijkt de Texelse zandbij een voorkeur voor klein streepzaad te hebben, maar hij vlieg ook op gewoon biggenkruid en minder frequent op muizenoor. Als klein streepzaad hier zou verdwijnen is er een uitwijkmogelijkheid. Lees verder |
| |
| Verspreidingskaart klein streepzaad:
http://tinyurl.com/3vwy5f4 |
|
Dit kaartje is gebaseerd op eigen veldbezoek en de
Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (pag. 42)
(het opladen kantot ca. 1 min. duren) |
|
| |
|
| -- |
Terug naar top |
| In de rest van Nederland hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken op het voortbestaan van klein streepzaad, maar zouden we wel gespitst moeten zijn op plekken met potentiële nestgelegenheid voor wilde bijen waar kleine streepzaad zich jaar op jaar kan handhaven. Liefst in combinatie met andere gele composieten. Dat geldt ook voor stedelijke en ndustriële gebieden. In sommige regio's moeten we ons afvragen waarom de Texelse zandbij niet voorkomt. Als deze bij in Zuid-Limburg voorkomt en op Texel, en vroeger verspreid over een deel van het land is waargenomen; waarom zou hij dan niet op en om de forten van Den Helder of in Gaasterland kunnen voorkomen? Vooral in Gaasterland lijken de omstandigheden op die van de Hoge Berg op Texel. |
| |
| Wilde bijen op Klein streepzaad: zandbijen (Andrena flavipes, A. minutula, A. fulvago), groefbijen (Halictus rubicundus, Lasioglossum calceatum, L. leucozonium, L. sexstrigatum, L. villosulum), pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), roetbijen (Panurgus banksianus, P. calcaratus), tronkenbij (Heriades tuncorum), grote wolbij (Anthidium manicatum). |
| |
| Beheer: klein streepzaad groei op open bodems en in open grazige vegetaties, gewoon biggenkruid en muizenoor meer in gesloten grasland vegetaties. Deze moeten door een maai- of begrazingingsbeheer in stand worden gehouden. In samenhang daarmee moet in kansrijke gebieden, vooral in Limburg en oostelijk Brabant, kleinschaligheid door het aanplanten van houtige begroeiing worden bevorderd. Bloemrijke akkerranden bevorderen de constante aanwezigheid van klein streepzaad. |
| |
| Algemene opmerking |
| De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. De koekoeksbijen (parasitaire bijen) die samen leven met de bovengenoemde bijen soorten worden op deze pagina niet genoemd. Per terrein kan dat onder gunstige omstandigheden oplopen tot een tiental soorten of meer. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid. |
| |
| |