Grote centaurie en kansrijke gebieden voor wilde bijen Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!
Van nature komt grote centaurie in twee gebieden voor; in de overige gebieden verwilderd of ingezaaid. Zie verspreidingskaart.
Net als dat voor alle andere planten geldt, krijgt grote centaurie voor wilde bijen pas betekenis als er voldoende nestgelegenheid in de naaste omgeving voorkomt. In sterk vergraste vegetaties zonder voldoende overgangen naar open grond of zonder bovengrondse nestgelegenheid voor behangersbijen en metselbijen zal het bijenbezoek beperkt zijn. Op rivierdijken speelt beperking meer dan in Zuid-Limburg. Nest gelegenheid is dus de grootste zorg. In de buurt van oude bebouwing met tuinen en paden is deze nestgelegenheid er vaak wel.
Als tuinplant en bermplant kan grote centaurie buiten de aandachtsgebieden ook wilde bijen aantrekken, maar of deze plant zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied kan handhaven, valt te betwijfelen. Het in stand houden of het bevorderen van plant-dierrelaties die meer landschapsecologisch zijn bepaald werkt op termijn beter.
Voor begeleidende plantensoorten zie bij wilde marjolein. Lees meer
 
Verspreidingskaart: http://tinyurl.com/3cmjawp
Voor verspreiding genoemde bijen zie:
Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen
(het opladen kan tot ca. 1 min. duren
 
 
 
 
 
-- Terug naar top pagina
Wilde bijen op grote centaurie: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus scabiosae; naar Westrich (1989): H. rubicuncus, H. sexcintus, H. tumulorum; H.quadricintus; Lasioglossum diverse soorten), behangersbijen (Megachile), Mettselbijen (Osmia).
 
Beheer: lintvormige landschaps elementen die niet kunnen worden begraasd (taluds van holle wegen, riverdijken en spoorwegtaluds) maaien in september - half oktober; op plekken waar de soort dominant voorkomt, zonder andere drachtplanten na de zaadval maaien. Dit is/was op sommige nieuwe rivierdijken het geval.
 
Algemene opmerking
De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. De koekoeksbijen (parasitaire bijen) die samen leven met de bovengenoemde bijen soorten worden op deze pagina niet genoemd. Per terrein kan dat onder gunstige omstandigheden oplopen tot een tiental soorten of meer. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid.