|
 |
Grasklokje komt in vrijwel heel Nederland voor. In zeeklei- en laagveengebieden in milieus die door mensen zijn gemaakt: spoorwegterreinen, wegbermen en steden. Van nature komt grasklokje het meest voor in de oostelijke helft van Nederland; verder in het duingebied en op Texel. Hier wordt als aandachtgebied de nadruk gelegd op de zandige, zavelige en lemige bodems in het binnenland (het natuurlijke areaal). Grasklokje is hier formeel nog vrij algemeen, maar als je door het landschap trekt, dan valt het vaak tegen hoeveel keer je deze plant op een dag tegenkomt. Als we grasklokje vergelijken met stijf havikskruid, is grasklokje meer een zeldzame soort dan een algemene. De plant staat vaak in kleine groepjes bijeen of dun verspreid in bermen. Langs spoorwegen komen ze geregeld dominant voor. |
| Opvallend is dat het voorkomen van grasklokje zijn zwaartepunt heeft in lintvormige landschapselementen; bermen, dijken, kanaaloevers en spoorbermen. Dit geldt ook voor een aantal andere drachtplanten waarmee grasklokje samen kan voor komen. Lees verder |
|
| Verspreidingskaart grasklokje:
http://tinyurl.com/4x2qmgl |
| Ook de soorten die met grasklokje samen groeien hebben een grotere verspreiding dan het aandachtsgebied. |
Dit kaartje is gebaseerd op eigen veldbezoek en de
Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (pag. )
(het opladen kan enkele minuten duren) |
| |
| |
|
| |
|
| -- |
Terug naar top |
| Op deze plekken wordt grasklokje soms talrijk (meer dan 100) bevlogen door klokjesdikpoot. Ook in landbouwgebied, waar grasklokje in een zeer smalle berm groeit, grenzend aan intensieve landbouwgronden, werden tientallen wijfjes van klokjesdikpoot waargenomen (zie voor plek bij grasklokje in lijst aandachtsoorten). In deze lintvormige landschapselementen staat grasklokje vaak op een kwetsbare plaats. Als overblijvende plant kan hij het lang volhouden; maar tegen teveel invloed vanuit de landbouw, het klepelen van bermen of te veel mechanische storing is deze plant niet bestand. Grasklokje wordt verder geregeld tijdends de bloei gemaaid. Als dit een paar jaar achter elkaar gebeurt is klokjesdikpoot verdwenen. Dit geldt ook voor de planten waar grasklokje mee samen groeit. |
| Klokjesdikpoot komt zeer waarschijnlijk vele malen meer voor in tuinen dan in de vrije natuur. Maar dat betekent niet dat we de relatie die klokjesdikpoot met grasklokje heeft moeten opgeven. Dat zou een aanslag kunnen betekenen op de ecologische kwaliteit van het landschap. Juist om deze reden is grasklokje als aandachtsoort gekozen. Het is een soort die een stootje kan verdragen, maar hij moet daarbij door goed vegetatiebeheer/landschapsbeheer worden ondersteund. |
| De voornaamste drachtplanten die met grasklokje samen kunnen voorkomen (soorten van kalkgrasland worden hier niet genoemd) |
| Het samen voorkomen is niet alleen bedoeld in de vegetatiekundige zin maar kan ook betrekking op een beperkt gedeelte van een terrein waar de genoemde wilde bijensoorten vliegen. De plantensoorten hoeven niet altijd in een formeel (syntaxionomische) erkende plantengemeenschap voor te komen. |
Muizenoor, grote tijm, gewone rolklaver, gewoon biggenkruid, zandblauwtje, gewoon knoopkruid, sint Janskruid, gewoon duizendblad, op rivierdijken ruige leeuwentand, in grazige zomen of licht beschaduwde bermen schermhavikskruid en stijfhavikskruid .
Voor bijenbezoek Klik hier |
| Beheer |
| Vegetaties met grasklokje en de andere genoemde soorten mogen niet eerder dan begin september worden gemaaid. Open plekken zijn noodzakelijk voor nestgelegenheid. |
| Algemene opmerking |
| De soorten wilde bijen die per plant worden genoemd is een landelijk overzicht. Bij elkaar opgeteld kunnen bovenstaande planten als deze bij elkaar groeien tientallen soorten wilde bijen aantrekken. In de praktijk is het zo dat zelfs onder de meest gunstige omstandigheden maar een gedeelte van deze bijen per vliegseizoen is waar te nemen. Hoe langer de afzonderlijke planten zich kunnen handhaven des te groter de kans dat in de loop van jaren het aantal soorten toeneemt. De koekoeksbijen (parasitaire bijen) die samen leven met de bovengenoemde bijen soorten worden op deze pagina niet genoemd. Per terrein kan dat onder gunstige omstandigheden oplopen tot een tiental soorten of meer. Of er bijen zullen komen hangt dan volledig af van de nestgelegenheid. |
| |
|
| Wilde bijen op grasklokje en andere planten van droge schrale minerale bodems |
| Achillea millifolium - Gewoon duizendblad: Zijde bijen (Colletes daviesanus, C. fodiens); zandbijen (Andrena flavipes, A. nigiceps, A. minitula), groefbijen (lasioglossum albipes, L. calceatum, L. Leucozonium, L. morio, L. sexnotatum), tronkenbij (Heriades truncorum). |
| Campanula rotundifolia - Grasklokje: klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis) en klokjesbijen (Chelostoma rapunculi, C. campanularium); behangersbijen (Megachile centuncularis), groefbijen (Lasioglossum morio) en zandbijen (Andrena bicolor). |
| Centaurea jacea - Knoopkruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes #), behangerbijen (Megachile), zandbijen (Andrena nigriceps), grasbij (A. flavipes), Groefbijen (Halictus en Lasioglossum). |
| Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes ), roetbijen, (Panurgus banksianus, P. calcaratus ), groefbijen (Lasioglossum) en zandbijen (Andrena). |
| Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes ), roetbijen (Panurgus banksianus ,P. calcaratus ), groefbijen (Lasioglossum). |
| Hieracium pilosella - Muizenoor: zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), roetbijen (Panurgus banksianus , P. calcaratus ). |
| Hypericum perforatum - Sint Janskruid: zandbijen (onder meer Andrena bicolor, A. flavipes); groefbijen (Lasioglossum leucozonium, L. morio, L. calceatum); Gewone behangersbij (Megachile centucularis), metselbijen (Osmia caerulescens). |
| Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid: pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes #), roetbijen (Panurgus banksianus # ,P. calcaratus #), zandbijen (Andrena), groefbijen (Halictus en Lasioglossum). |
| Jasione montana - Zandblauwtje: zandbijen (Andrena nigriceps #), A. Barbilabris, maskerbijen (Hylaeus brevicornis, H. annularis, H. communis, H. gibbus, H. hyalinatus), groefbijen (Lasioglossum calceatum, L. leucopus, L. lucidulum, L. morio). |
| Leontodon hispidus - Ruige leeuwentand: roetbijen (Panurgus), groefbijen (Halictus, Lasioglossum), zandbijen (Andrena) |
| Lotus corniculatus - Gewone rolklaver: wolbijen (Anthidium manicatum, A. punctatum); behangersbijen (Megachile ericetorum #, M. willughbiella, M. versicolor, M.centuncularis), metselbijen (Osmia caerulescens, ), zandbijen o.m.: grasbij (Andrena flavipes). |
| Thymus pulegioides - Grote tijm: behangersbijen (Megachile); klokjesdikpoot (mannetjes Melitta haemorrhoidalis); wespbijen (Nomada). |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |