Dasypoda hirtipes- Pluimvoetbij Pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl
Habitus: pluimvoetbij is een vrij grote, tamelijk behaarde bij (Lengte 13-15 mm)  die in de vlucht aan een honingbij doet denken, vooral het mannetje. Voorvleugels met 2 cubitale cellen. De 1e cel is groter dan de 2e.
Vliegperiode:  eind juni tot begin september. De hoofdvliegtijd is juli-augustus.
Wijfje:  kop en borststuk geelbruin behaard, met donker gedeelte op het borststuk. Tergieten 2-4 (achterlijf ) met witte haarbanden.  In verhouding tot andere bijen zeer lange verzamelharen aan de achterpoten (scheenborstels) waarmee grote hoeveelheden stuifmeel vervoerd kan worden.  Door deze  haren is het wijfje zeer goed in het veld herkenbaar en niet te verwarren met andere bijen.
Mannetje:  een vrij ruige,  geelbruine en witachtige beharing; poten lang en smal.
Nesten:  in zandige bodem, op open gronden; randen van paden, tussen plaveisel met relatief brede voegen: kinderkopjes, keien en klinkers. Nestelt vaak in kolonies. Ze kunnen dan pleksgewijs massaal voorkomen.  In ieder geval voor 1995 op spoorwegemplacementen, overslagbedrijven (van Gent & Loos), oude loswallen en parkeerplaatsen.  De nesten zijn  20-60 cm lang (Westrich 1989). Nestelen ook in of in de buurt van tuinen en volkstuinen.
 
 
 
 
Bloembezoek: Stuifmeel en nectar worden alleen op composieten verzameld in het algemeen op gele composieten met lintbloemen,  maar ook op planten die zowel buis als lintbloemen hebben en anders zijn gekleurd:  schermhavikskruid,  stijf havikskruid, echt bitterkruid,  wilde cichoreiakkermelkdistel, brosse melkdistel,  gewoon knoopkruid, grootbloem centaurie, gewoon biggenkruid, vertakte leeuwentand, speerdistel, heelblaadjes, klein streepzaad. Op warme, zonnige dagen worden de planten met gele lintbloemen en wilde cochorei voornamelijk in de ochtenduren bezocht in verband met het sluiten van de bloemen. Pluimvoetbij foerageert ook op tuinplanten onder meer op Griekse alant en goudsbloem (Verschillende plaatsen in Midden-Limburg, Nijmegen, Buitenpost)
Voorkomen in Nederland: algemeen tot vrij algemeen op de binnenlandse zandgronden, zandige delen van het kustgebied en aangrenzende steden en dorpen. Veel zeldzamer in laagveen en kleigebieden.
 
Meer informatie

http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=insecten&id=863

Voorlopige Atlas van de Nederlandse bijen (Peeters, M.J., I.P. Raemakers & J. Smit 1999). Zie: http://www.repository.naturalis.nl/document/46387 (laadtijd 30-90 sec.). pag. 68

http://www.wildbienen.de/wbarten.htm

Schoonen, J.M.C.P. 1976.De Pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes F.). De Levende Natuur 79: 82-90.
 
 
 
Pluimvoetbij (m) door sterkke wind beland op een autoruit Terug naar top

 

 

Pluimvoetbij (wijfje) op akkermelkdistel Terug naar top
   
 

 

 

Pluimvoetbij (mannetje) op akkermelkdistel Terug naar top
   
 
 
Wijfje pluimvoetbij met scheenborstel met stuifmeel en witte haarbandjes op tergieten 2-4 -------------------------- Terug naar top
 
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op wilde cichorei Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op klein streepzaad Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op echt bitterkruid Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op heelbladjes Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op schermhavikskruid Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op gewoon biggenkruid Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op speerdistel Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (wijfje) op Griekse alant Terug naar top
 
 
Pluimvoetbij (vr links en m rechts) op Goudsbloem Terug naar top
 
 
 
 
 
 
Pluimvoetbij bij nest op Spoorwegemplacement ------ Terug naar top
 
 
Voorvleugel pluimvoetbij met twee cubitale cellen: de eerste cubitale cel (C1) is groter dan de tweede (C2) - ------- Terug naar top