|
| Habitus: kleine (7-9 mm), weinig min of meer witachtig behaarde bijen met glanzend en fijn gerimpeld achterlijf; achterranden van de tergieten (vooral van opzij gezien) roodachtig doorschijnend; eindranden sternieten (buiksegmenten) met duidelijk witte haarbanden; achterrand tergieten 2-4 opzij met korte, niet duidelijk definieerbare haarbanden (deze lijken meer op langwerpige haarplukjes, maar formeel zijn het breedonderbroken haarbanden). |
| Vrouwtje: kop en borststuk grijsachtig behaard; sternieten gedeeltelijk roodachtig gekleurd; fimbria bruinachtig en minder dicht dan bij andere zandbijen; scopa grotendeels witachtig. Lengte 7-9 mm. |
| Mannetje: kopschild (clypeus) geelwit met twee zwarte punten; kop, borststuk en poten lang witachtig behaard; achterranden sternieten geelachtig doorschijnend. Lengte 8-9 mm. |
| Vliegperiode: april-mei. |
| Nesten en milieu: in zandige tot leemachtige bodems. Foerageert in stedelijk gebied ook in bermen en randen van beplantingen. |
| Bloembezoek: in hoofdzaak wilgen; ook wijfjes waargenomen op paardenbloem, zevenblad (Koster 2000) en esdoorn. |
| Voorkomen in Nederland: verspreid over het grootste gedeelte van het land. |
| Koekoeksbijen: Nomada alboguttata |
| Samenvatting Peeters, T.M.J., Smit, Jan, Raemakers, I. P.: De vrouwtjes van deze vrij kleine zandbij zijn door spaarzame beharing, deels rood gekleurde sternieten en gespecialiseerd bloembezoek goed in het veld is te herkennen. In Nederland is de soort verspreid over het land waargenomen en is in het zuidoostelijk deel zelfs algemeen, De soort lijkt de laatste decennia een toename te vertonen maar is in het kustgebied nog steeds heel weinig waargenomen. De nesten worden het liefst op zandige of grindige, weinig begroeide plekken gegraven. In Flevoland nestelt de soort echter ook succesvol op tamelijk dichtbegroeide en vrij zware gronden (De Rond, pers. med.). De nestplaats keuze is vergelijkbaar met die van de grijze zandbij. De nesten van het roodbuikje zijn dan ook regelmatig midden in kolonies van de grijze zandbij te vinden. De koekoeksbij van het roodbuikje is een kleine vorm van Nomada alboguttata. Stuifmeel wordt vrijwel uitsluitend op wilgen (Salix) verzameld. Zou deze soort ook het duingebied weten te veroveren? |
|
| |
| |
| Roodbuikje - Andrena ventralis (vr) (met toestemming overgenomen van www.corzonneveld.nl) |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| |
| Roodbuikje - Andrena ventralis (m) (met toestemming overgenomen van www.corzonneveld.nl) |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Roodbuikje - Andrena ventralis (vr) in een exotische esdoorn (naam volgt) - volgende foto |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Roodbuikje - Andrena ventralis (vr) in een exotische esdoorn (naam volgt) |
Terug naar top |
 |
| |