|
| Habitus: bruinachtig (vr) en grijswitachtig (m) behaarde bijen, met matig glanzend achterlijf en tergieten met zwak doorschijnende achterranden. |
| Vrouwtje: http://tinyurl.com/7bcfeaj gezicht bruingeel behaard; bovenkant borststuk en de eerste 2 tergieten bruinachtig behaard; scopa geelwitachtig; fimbria donker (bruinachtig); aanhangsel bovenlip (labrum) sterk versmald en niet uitgerand; lengte 10-11 mm. |
| Mannetje:
http://tinyurl.com/7jwmcvt gezichtgrijswit tot geelwitachtig behaard; borststuk geelbruin tot bruingrijsachtig behaard; tergiet 1-2 met lange afstaande geelwitachtige haren bezet;achterrand sternieten met witte haarbanden; lLengte 8-10 mm. |
| Vliegperiode: half maart - begin april. |
| Nesten: in zandige bodems. |
| Bloembezoek: grauwe wilg, schietwilg en , boswilg |
| Voorkomen in Nederland: vrij zeldzaam tot minder algemeen in zuidelijke helft van het land. |
| Koekoeksbijen: nog niet bekend. |
Fragment samenvatting Raemakers, I. P., Smit, Jan, Peeters, T.M.J.: De mannetjes van Andrena mitis zijn in het veld nog net herkenbaar, maar door hun rusteloze vliegen moeilijk te observeren. De vrouwtjes lijken sterk op andere soorten van de helvola-groep.
Op het noorden na is de soort verspreid over ons land aangetroffen. Door de vroege vliegtijd en door het optreden in geringe aantallen wordt A. mitis waar schijnlijk regelmatig over het hoofd gezien. Echt algemeen is ze zeker niet.
Andrena mitis nestelt liefst in nogal open zand. Hier door is ze vooral aangewezen op heide- en zandverstuivingsgebieden, het rivierengebied en de duinen. Van de duinen zijn er weinig recente waarnemingen. In Zuid-Limburg is het aantal waarnemingen na 1950 juist sterk toegenomen. Hier stammen de meeste waarnemingen uit groeven en van de Brunsummerheide.
|
|
|
| |
| Lichte wilgenzandbij - Andrena mitis (foto beschikbaar gesteld door Dick Belgers) |
Terug naar top |
| |
|
| |
|
 |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| |
Terug naar top |
 |
| |
| |