| Paardebloembij of paardenbloembij - Andrena humilis |
Kenmerken zandbijen |
pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl |
|
| Habitus: zwartbruinachtig gekleurde bijen met zwarte poten en grijsgeelachtige beharing; achterlijf gerimpeld en zwakglanzend. |
| Vrouwtje: fimbria en scopa geel; kop en borststuk geelgrijsachtig en achterlijf geelachtig behaard, fijn gerimpeld en zwak gepuncteerd; achterranden tergieten met smalle, gele, zwak doorschijnende rand; oogstrepen geelbruin; lengte 10 -12 mm. |
| Mannetje: kopschild (clypeus) bijna geheel (met 2 zwarte vlekjes) of gedeeltelijk geel; kop, borststuk en achterlijf vanaf de bovenzijde gezien (grijs)geelachtige behaard; lengte 2e vlaglid antenne ongeveer gelijk aan lengte 3e + 4e vlaglid; achterrand sternieten met afstaande witte beharing; lengte 10-11 mm. |
| Vliegperiode: tweede helft april - half juli. |
| Nesten en milieu: in zandige tot lemige bodems. Ffoerageert in kleinschalig grasland of randen van graslanden, schrale bermen en taluds van rivierdijken. |
| Bloembezoek: onder meer paardenbloem en groot streepzaad. |
| Voorkomen in Nederland: voornamelijk in ZuidLimburg, het rivierengebied en Midden-Brabant; verder verspreid in de oostelijke helft van het land. |
| Koekoeksbijen: Nomada integra en N. femoralis. |
| Fragment samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: Op basis van uiterlijk en gespecialiseerd bloembezoek is de paardenbloembij redelijk goed in het veld te herkennen. In Nederland is de soort verspreid in de oostelijke helft van het land aangetroffen. ZuidLimburg, het rivierengebied en de omgeving van Tilburg en Breda lijken zwaartepunten in het verspreidingsgebied. Vooral voor het laatste gebied hangt dit vermoedelijk samen met de waarnemingsintensiteit. Waarschijnlijk is er echter sprake van een lichte achteruitgang. In een flink aantal Duitse deelstaten geldt de soort zelfs als bedreigd. De reden hiervoor is dat het belangrijkste biotoop wordt gevormd door extensief gebruikte graslanden. In Nederland is de paardenbloembij vooral aangewezen op graslanden in natuurgebieden, schrale bermen en rivierdijken. (Bron: onderstande link nederlandsesoorten) |
|
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| Paardenbloembij - Andrena humilis (beschikbaar gesteld door Josef Dvorák) |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| |
| |
| |
| Paardenbloembij - Andrena humilis (beschikbaar gesteld door Dick Belgers) |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| |
| |
| |