|
|||||
| Habitus: matig behaarde middelgrote bijen (8-11 mm); geelbruinachtig, verblekende haarbanden op het achterlijf. | |||||
| Vrouwtje: voorkant kop en onderkant borststuk en achterlijf geelgrijs behaard; bovenzijde borststuk geelbruin behaard; haarbanden grijsgeel en naar wit verschietend; scopa bruingrijsachtig; fimbria lichtbruinachtig; lengte 9-11 mm. | |||||
| Mannetje: kop en borststuk ongeveer geelgrijs behaard; dichte haarbandje op tergieten 3 en 4; achterranden daardoor moeilijk of niet zichtbaar; lengte 8-10 mm. | |||||
| Vliegperiode: juni-oktober (hoofdvliegtijd juli-half september; totdat de de bloei van hei over zijn hoogte punt is). | |||||
| Milieu: zure zandige bodems in de naaste omgeving van struikhei; langs paden door en open plekken in de hei; heidevelden en wegbermen; ook aan randen van de bebouwde kom. (Stichtse rotonde te Amersfoort waar onderstaande foto's zijn genomen). | |||||
| Nesten: zelfgegraven nesten in zandgrond. | |||||
| Bloembezoek: struikhei (Calluna vulgaris) | |||||
| Voorkomen in Nederland: in hoofdzaak op de pleistocene zandgronden. ) Zie ook link: http://waarneming.nl/soort/maps/24266?from=2010-09-05&to=2011-09-05 |
|||||
| Koekoeksbijen: Nomada rufipes | |||||
| Herkenning: door een combinatie van factoren is deze zandbij relatief gemakkelijk in het veld te herkennen. Dit zijn haarbandjes (minder contrasterend dan bij heidezeidebij), de drachtplant en de vliegperiode. | |||||
| Fragment samenvatting Raemakers, I. P., Peeters, T.M.J., Smit, Jan: In Nederland komt deze struikheidespecialist wijd verspreid op de hogere zand gronden voor. Daarbuiten is de soort aangetroffen in Zuid-Limburg en op een enkele plek in de duinen. Op de waddeneilanden en de Noord-Hollandse duinheiden lijkt de soort te ontbreken. Verder is de heidezandbij opmerkelijk weinig aangetroffen in Overijssel en Gelderland ten oosten van de IJssel. De soort is univoltien. De mannetjes kunnen vanaf eind juni worden waargenomen, de vrouwtjes tot in oktober. Het bloembezoek van deze soort is vrijwel geheel beperkt tot struikheide. Buiten struikheide zijn er slechts enkele mannetjes op wilgenroosje Chamerion angustifolium waargenomen. Nesten worden gegraven op zandige plekken tussen of bij heidestruiken. Nomada rufipes is de nestparasiet. (Bron: onderstaande link nederlandes soorten) | |||||
| Naar de foto's | |||||
| Milieu en habitus Andrena fuscipes - Heidezandbij | Scroll of klik -- Terug naar top | ||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||