Sporkehoutzandbij - Andrena fulvida Kenmerken zandbijen pagina bij www.zoekkaartwildebijen.nl
Habitus: zwarte bijen (9-11 mm) met een glanzend achterlijf; kop en borststuk bruinachtig behaard.
Vrouwtje: achterlijf vrijwel onbehaard, fijn en verspreid gepuncteerd; smalle achterrand tergieten geelachtig/geelbruin; scopa geelachtig wit; fimbria donker/zwartbruinachtig; lengte 10-11 mm.
Mannetje: achterlijf dun behaard, nauwelijks gepuncteerd; tarsen en deel achterschenen meestal geelbruin doorschijnend; lengte 9-10mm.
Vliegperiode: mei-juni.
Nesten: zandige bodems.
Bloembezoek: vooral sporkehout.
Voorkomen in Nederland: oostelijk Nederland; voornamelijk bosgebieden met veel sporkehout.
Waarneming van de auteur in de bebouwde kom van Leusden (det. H. Wiering)
Koekoeksbijen: Nomada opaca.
Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: Andrena fulvida is lastig te herkennen. Doordat deze zandbij voornamelijk in lage dichtheden in bosgebieden vliegt (geen bijengebied bij uitstek) is het niet verwonderlijk dat het aantal waarnemingen klein is. Waar de soort haar nesten graaft is voor de West-Europese situatie nog volledig onbekend. Desondanks is de soort verspreid over oostelijk Nederland waargenomen. Hoewel schaars, is de soort vrijwel zeker niet zo zeldzaam als de waarnemingen doen vermoeden. Andrena fulvida is univoltien. Als koekoeksbij is Nomada opaca bekend. Ze is polylectisch maar vliegt met een zekere voorkeur op sporkehout Rhamnusfrangula. Vegter (1977) vermeldt een achteruitgang van A. fulvida in Drenthe nadat het aantal sporkehoutstruiken was afgenomen ten gevolge van een ruilverkave­ling. Wie durft de uitdaging aan om de nestplekken van deze soort op te zoeken? Voedselarme bosgebieden met veel sporkehout bieden de beste kans. (Bron onderstaande link)
Meer info en foto's: http://www.nederlandsesoorten.nl/nsr/concept/000464754801/introduction  
    Beschrijving. vr. p. 57; man. p. 104