|
|||
| Habitus: middelgrote (10-14 mm), weinig behaarde, enigszins slanke bijen; kop en borststuk geelbruin behaard; achterlijf glanzend en de achter randen van de tergieten rood tot geel doorschijnend. Heggenrankbij is in het veld het beste te herkennen aan de twee voorste min of meer roodachtig gekleurde segmenten van het achterlijf. | |||
| Vrouwtje: verzamelharen van boven zwartbruin en van onderen min op meer wit tot bleekgeel; lengte 12-14 mm | |||
| Mannetje: achterranden van de buiksegmenten van het achterlijf roodachtig doorschijnend; het laatste sterniet ingesneden; lengte 10-12 mm. | |||
| Vliegperiode: eind mei-eind juli | |||
| Nesten: in de vrij stevige zandige tot lemige grond, niet in droog leem of kleiarmzand. Dit verklaart zeer waarschijnlijk het schaars voorkomen van heggenrankbij in het duingebied. | |||
| Bloembezoek: heggenrank | |||
| Voorkomen in Nederland: Deze bij komt het meeste voor in Zuid-Limburg en het rivierengebied. De soort is in de steden Maastricht en Nijmegen talrijk in openbaar groen waargenomen. Maar ook in steden die verder van het rivierengebied vandaan liggen kan deze bij voorkomen, onder meer in Ede en Haarlem. Vooral in gemeenten die in het rivierengebied liggen beneden de lijn Zwolle-Haarlem zou de groei van Heggenrank gestimuleerd moeten worden. In Nederland is, in tegenstelling met noordwest Frankrijk, heggenrankbij een schaarse soort langs de kust (de duinen). Zie ook link: http://waarneming.nl/soort/maps/8717?from=2010-09-05&to=2011-09-05 | |||
| Koekoeksbijen: onbekend | |||
| Naar de foto's | |||
|
|||
|
|||
|
|||
|
|||
|
|||
|
|||
|
|||