|
| Habitus: zwarte, bruinachtige (vr) en witachtige (m) behaarde bijen; rugsegmenten achterlijf glanzend en met witte haarbanden, haarband op het 2e segment onderbroken; de eerste 3 rugsegmenten dicht gepuncteerd. |
| Vrouwtje:
bovenkant borststuk grijsbruin/bruinachtige behaard; scopa wit(achtig); fimbria bruingrijs; lengte 9-10 mm. |
Mannetje:(http://tinyurl.com/cl6lbu3) kop en borststuk witachtig behaard; 2e vlaglid antenne ca. 2 x zo lang als het 3e; lengte 7,5-9 mm.
|
| Vliegperiode: april september; vliegt officieel in twee generaties per jaar( apil-mei en juli-september), maar in Nederland is dat vaak niet het geval. Zie onderstaande link. |
| Nesten: in droge zandige bodems. |
| Bloembezoek: voorjaarsgeneratie onder meer op kruipwilg; de zomergeneratie onder meer op struikheide. |
| Voorkomen in Nederland: droge zandgronden, zowel langs de kust al in het binnenland. |
| Koekoeksbijen: Nomada alboguttata, Sphecodes ephippius en S. reticulatus |
| Fragment samenvatting Peeters, T.M.J., Smit, Jan, Raemakers, I. P.: Andrena argentata is karakteristiek voor droge, zandige gebieden, met name duinen en stuifzanden. In het binnenland lijkt er sprake van een sterke achteruitgang. De soort is bivoltien, maar de eerste generatie wordt in ons land weinig waargenomen. Volgens Vegter (1977) ontbreekt deze eerste generatie in Drenthe volledig. Daarentegen is op een Limburgse vliegplaats de voorjaarsgeneratie steeds redelijk vertegenwoordigd, maar hier ontbreken dieren van de zomergeneratie. Zoals Van der Vecht in 1928 al stelde: "nader onderzoek is gewenscht"! Andrena argentea is polylectisch. Door liet biotoop vliegen de voorjaarsdieren vooral op bloeiende struiken zoals kruipwilg Salix repens en lijsterbes Sorbus aucuparia. De zomerdieren bezoeken in het binnenland vooral struikheide Calluna vulgaris. In de duinen is de keus in die periode ruimer: onder andere vederdistel (Cirsium), pijlkruidkers Cardariadraba en heggenrank Bryonia dioica. (Bron onderstaande link nederlandsesoorten). |
|
|
| |