Voorwaarden voor bijen Sluit deze pag. met kruisje rechts boven!
Stuifmeel en nectar -- Bijen leven uitsluitend van plantaardige voedingsstoffen. Voor hun energiebehoefte gebruiken ze nectar en voor het broed verzamelen ze stuifmeel, met uitzondering van de parasitaire bijen.Enkele soorten verzamelen ook plantaardige olie. Vooral voor stuifmeel zijn ze volledig afhankelijk van bloeiende planten. Dus zonder bloemen geen bijen. De meeste soorten bijen vliegen op veel verschillende soorten planten. In tuinen en in het stedelijk gebied zijn dit meestal de meer algemene bijensoorten, die niet afhankelijk zijn van één plantensoort en daardoor op veel plaatsen kunnen voorkomen. Sommige soorten bijen vliegen alleen op één bepaalde plantenfamilie, of zelfs een bepaald plantengeslacht. Ook deze bijen vertonen een zekere risicospreiding  om bij het wegvallen van één van de pantensoorten op een andere soort te kunnen foerageren. De specialisten zijn het kwetsbaarst. Ze zijn van één of enkele zeer nauw verwante plantensoorten afhankelijk. Verdwijnt de plant dan verdwijnt ook de bij.
Nestgelegenheid -- De nestgelegenheid is zeer gevarieerd. Veel  bijensoorten nestelen in open, onbegroeide zandige tot lemige, vlakke of iets hellende bodem, maar er zijn ook bijen die in steile kantjes nestelen. De nestholte graven ze dan zelf. Open grond is echter een betrekkelijk begrip. Belangrijk is,  dat er minimaal open plekken in de begroeiing aanwezig zijn. De nesten van de bijen bevinden zich vaak onder of tussen de begroeiing. Op schrale grond kan dat tussen gras zijn; op rijke bodem ook tussen hondsdraf en voor sommige soorten in ruigte, bijvoorbeeld onder groot hoefblad en zelfs tussen de grote brandnetel. De bodem mag niet massief doorworteld zijn. Tussen oude brandnetelbegroeiing met een harde en massieve wortellaag is de bodem voor bijen ondoordringbaar.
De voegen tussen plaveisel zijn voor bijen eveneens aan te merken als open grond. Op plekken waar voldoende stuifmeel- en nectarplanten aanwezig zijn, is de kans groot dat ze er nestelen. In stedelijke begroeiingen vliegen bijen, die zwaar met stuifmeel zijn beladen, frequent de begroeiingen in. Vrijwel zeker hebben ze op deze zwaar beschaduwde plekken hun nesten. Veel kleine bijen leven in holle, afgestorven stengels van kruidachtige planten (bijv. riet),  in afgestorven holle ranken van braam en ook in holle takken van struiken. Ook leven bijen in allerlei gaatjes in muren en hout. Er zijn bijen die in gallen en slakkenhuizen leven. Zonnige en bloemrijke tuinen en parkachtige plekken, waarin veel puinbrokken en dood hout is verwerkt of waarin oude en vervallen stenen muren aanwezig zijn, bevatten doorgaans veel nestgelegenheid voor wilde bijen. Ook niet-geïmpregneerde afrasteringspalen kunnen na verloop van een aantal jaren nestgelegenheid bieden aan deze angeldragende insecten.
Als we de stand van de wilde bijen willen bevorderen, moeten we ook voor nestgelegenheid zorgen. Deze mag het hele jaar niet worden verstoord. Als aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, is de kans op bijen minimaal, zelfs in de meest bloemrijke situatie.